Diefstal en straf in vroegere tijden - 1
In Museum de Gevangenpoort starten de rondleidingen vaak in de ‘gajolen- een rijtje cellen elk van pakweg drie bij drie meter. Een cel voor 15 personen en als je als nummer 15 binnenkwam had je mazzel: dan was het lekker warm. Overigens: de discussie één of twee personen in een cel was toentertijd geen gespreksonderwerp.
Laatst leidde ik een groepje rond met daarin twee studenten 6 atheneum. Ze zouden later die middag nog naar het Mauritshuis gaan. En ze hadden een vragenlijstje bij zich: Hoeveel gevangenen hebben er in totaal in deze gajolen vastgezeten? Welk percentage van die groep zat er wegens diefstal? Wat waren vroeger de tien meest voorkomende spullen die gestolen werden? Wat waren de mogelijke straffen voor diefstal? Waren die straffen in elke stad hetzelfde? Hielden rechters rekening met je achtergrond: diefstal wegens honger, of diefstal omdat je er zin in had?
Op de meest concrete vragen kun je dan als museumgids geen antwoord geven. Sterker: ook het museum bleek niet alles te weten – maar er valt genoeg algemeens te melden. Het gebouw fungeerde vanaf begin 15e eeuw tot midden 19e eeuw als gevangenis, met dien verstande dat een in groot deel van die periode gevangenissen niet bestonden; het gebouw was in feite een soort veredelde politiecel: je zat hier te wachten op je straf. Over al die jaren heen moeten honderden, duizenden mensen hier in de gajolen kortere of langere tijd vastgezeten hebben.
Een groot deel, laat ons zeggen, driekwart (of meer) van de bevolking in vroegere eeuwen was arm. Het was voor velen elke dag sappelen om rond te komen. Het kan bijna niet anders dan dat ‘dieven’ een (groot) deel van de gajolen-bevolking uitmaakte. En ja, wat werd er zoal gestolen? Dingen van waarde, dat is zeker. Als een gezin, zoals in die vroegere jaren, slechts één ketel heeft om te koken, is die ketel waardevol en als die wordt gestolen is de straf hoog. Als je, zoals iedereen slechts één mantel hebt, is die waardevol en als die wordt gestolen is de straf hoog. Sterker nog: iemand in Zutphen gapte ooit bij een arm gezin een mes en vork en kreeg een onwaarschijnlijk hoge straf.
Voor de ‘uitvinding’ van de gevangenis bestond een groot scala aan straffen: Geldboete, schandstraf, verbanning, lijfstraf en doodstraf. Elke soort kende verschillende gradaties. Bij diefstal kon dat variëren van geldboete tot schandstraf tot lijfstraf en in erge gevallen zelfs tot de doodstraf. Binnen de lijfstraffen kwamen het afsnijden van het oor en het afhakken van een of meerdere vingers tot en met het afhakken van de hele hand het meest voor. Zag je iemand met één oor, dan wist je dat je met een dief te maken had. Zag je iemand met 8 vingers was de conclusie idem dito.
Hoe onmenselijk het strafsysteem in onze ogen ook is, toenmalige rechters kenden wel een onderscheid tussen ‘simpele diefte’ en ‘niet-simpele’ diefte. Bij het betrappen op simpele diefte volgde als straf vaak geseling, de tweede keer werd n oor afgesneden of een vinger afgehakt en recidivisten die een derde maal werden betrapt kregen de doodstraf. Bij gappen uit hebzucht of gecombineerd met lichamelijk geweld was sprake van ‘niet simpele diefte’ en dan volgde vaak meteen de galg.
En wat die ‘simpele diefte’ betreft: rechters bij hielden bij het bepalen hun strafmaat ook rekening met de gezinsomstandigheden, of de dader arm was, of hij veel kinderen had, of hij nooit eerder iets verkeerds had gedaan. Dat alles kon vermindering van straf betekenen.
Straffen waren niet in elke streek, zelfs niet in elke stad hetzelfde. Weliswaar een heel ander onderwerp, maar het is begrijpelijk dat in een stad die voornamelijk bestaat uit houten huizen, dat daar brandstichting veel en veel hoger wordt bestraft dan in een stad waar voornamelijk stenen huizen staan. En zo zal in een gerespecteerde handelsstad diefstal strenger bestraft zijn.
En dan tot slot nog even over het afhakken van de vingers of zelfs een hele hand. In het Mauritshuis (daar gingen mijn 6-atheneum leerlingen hierna heen) hangt het prachtige schilderij van Rembrandt ‘De Anatomische les’. Vooraan uitgestrekt ligt het lijk van Aris Kind; de man was herhaaldelijk betrapt op diefstal. Ter dood veroordeeld. Dus in volgorde: eerste keer betrapt gegeseld, de tweede keer vinger eraf, de derde keer hand eraf, de keer erop doodstraf. Maar waarom heeft ie dan op het schilderij nog twee handen?...
Rembrandt schilderde man aanvankelijk af met afgehakte hand en je zag als kijker het stompje. Het kan zijn dat ie dat niet fraai vond: zo’n stompje op de voorgrond; n aardiger verklaring is dat het de opdrachtgever chirurgijn Nicolaas Tulp was die bezwaar had tegen dat stompje. Dan zou iedereen waarschijnlijk eerst naar dat stompje kijken in plaats van naar hem en dat was niet de bedoeling. Hoe dan ook: Rembrandt schilderde dat handje er bij nader inzien toch maar bij. En als je het weet, kun je dat nog steeds goed zien in het kleurgebruik.
En dan hebben we nog de Belgische fotograaf Vanfleteren. Die gaf niet enkel het schitterende fotoboek ‘Portret 1989-2009’ uit met die schitterende en onvergetelijke foto van Jan Wolkers in de auto, maar het Mauritshuis hing in 2026 vol met foto’s van Vanfleteren. In elke zaal een.
Schuin tegenover ‘De Anatomische Les’ hing een bijna geheel leeg, erg donker doek. Met slechts één ‘voorwerp’, namelijk de rechterhand van Aris Kind- op exact dezelfde plaats als waar het lag op het schilderij. Verder niks, alleen dat handje…
Valt er nog wat aan te raden? Jawel. Bezoek het Mauritshuis en kijk naar het handje van Aris Kind, bezoek Rijksmuseum de Gevangenpoort en boek een rondleiding, koop in het museum het boek ‘’Zeven eeuwen Gevangenpoort’ voor een spotprijsje en tot slot: lees ‘Dievenland’ van Janna Coomans over overleven in de Middeleeuwen. Het boek kreeg terecht de Libris Geschiedenisprijs 2025…
Piet Vernimmen
Belangstelling voor wandel- of fietstochten over geschiedenis en architectuur in Den Haag? Kijk kan ook naar Kunst in de stad, Besuyde den Houte, Kunst rond Cats, Kunst rond de 'Maria Hoeve', Anders winkelen, Indische Wandeling.
Of stuur een mailtje naar
